Wat zegt een steen?

Een beetje geologie om te begrijpen wat stenen in onze steden vertellen

De Gesteentecyclus

Niets op aarde blijft hetzelfde, zelfs stenen niet. De gesteentecyclus beschrijft hoe gesteenten ontstaan, veranderen en weer worden afgebroken onder invloed van verwering, erosie, afzetting, hitte en druk. Een vulkaan kan voor lava zorgen, dat wordt afgebroken tot zand. Dat kan weer ergens ophopen en een zandsteen worden. Als die zandsteen diep komt, kan het door hoge druk een kwartsiet worden... en ga zo maar door!

De Gesteentecyclus (illustratie: Karst-Janneke Rogaar)

Om gesteente onder te kunnen verdelen, zijn er voor de verschillende groepen schema's opgesteld. Met een hamer (om een vers stuk af te slaan), water en iets om beter in detail te kunnen kijken, zou je er onderscheid in moeten kunnen maken. Omdat gesteente niet zo snel verweert (lelijk wordt door weer en wind, of begroeiing), hoef je in Nederlandse steden zeker geen hamer mee. In heel wat gevallen zijn gesteenten zelfs mooi gepolijst!

De drie hoofdgroepen

In gebouwen in Nederlandse steden vinden we gesteenten uit de drie hoofdgroepen terug:

1. Magmatisch gesteente (Stollingsgesteente)

Ontstaan door het afkoelen van vloeibaar gesteente (magma of lava). Dat kan dus snel afkoelen bij een vulkaanuitbarsting of langzaam in de diepte, misschien zelfs wel zonder dat er een vulkaan boven bestaan heeft.
Kenmerken: zeer hard en massief, met zichtbare kristallen (zoals graniet), gesteentefragmenten of gasbellen.

Voorbeeld in de stad: De bekende rode of grijze granieten plinten en drempels van grote kantoorpanden.

Meer uitleg over vulkanische gesteenten

Rode graniet met blauwige kwarts
Ammoniet, uitgestorven inktvis-achtige

Rode graniet (ijzer!) met bijna blauwe kwarts / Een lichte variant graniet (granodioriet)

2. Sedimentair gesteente (Afzettingsgesteente)

Gevormd door het ophopen van erosieproducten (zand, klei, grind) bij duinen, rivieren, stranden of in zee; door kalkskeletjes en kalk-modder op de bodem van een zee, oceaan of meer; door verdamping van (zee)water: gipsen en zouten. Dat kun je mooi zien op de figuur van de gesteentekringloop.
Kenmerken: Ontstaan door stromend water of lucht, laagje voor laagje. Dus in veel gevallen met laagjes en er komen regelmatig fossielen in voor. Die fossielen zijn bij het zagen van de stenen wel doorgezaagd, dus soms moet je je best doen om te herkennen wat voor fossiel het was!

Voorbeeld in de stad: De zandsteen van het Paleis op de Dam of de Belgische hardsteen (kalksteen) vol zeelelie-fossielen die je veel op stoepen ziet.

Meer uitleg over sedimentaire gesteenten

Afgeronde kwartskorreltjes: zandsteen!
Nerinea, een gastropode, in ooiden kalksteen

Afgeronde kwartskorreltjes: zandsteen! / Nerinea, een gastropode, in ooiden kalksteen

3. Metamorf gesteente (Omvormingsgesteente)

Een van bovenstaande groepen die door hoge druk of temperatuur (zonder te smelten) is veranderd van structuur, veelal zonder dat de chemische samenstelling aanpast.
Kenmerken: Vaak een 'geplooide' of gelaagde structuur (foliatie) of een her-kristallisatie. Die gelaagde structeren zijn vaak niet meer zo constant als bij sedimentair gesteente

Voorbeeld in de stad: Marmeren vloeren (omgevormde kalksteen) of leistenen daken (omgevormde klei/schalie).

Meer uitleg over metamorfe gesteenten